Economische groei heeft tot gevolg dat de druk op het spoor toeneemt voor zowel het vervoer van goederen als personen. Om te voorkomen dat beide vervoersstromen elkaar in de weg gaan zitten en om de risico’s op calamiteiten zoveel mogelijk te vermijden, zet de provincie voor de langere termijn in op een goederenruit Zuid-Nederland. Voor de kortere termijn is de inzet gericht op een Robuuste Brabantroute. In deze longread een overzicht van de stand van zaken rond het spoorvervoer in Brabant en de uitdagingen waar de provincie en de samenwerkende partners de komende jaren voor staan.

1. Overzicht

Met maar liefst 356 kilometer aan spoorwegen wordt via Brabant een belangrijk aandeel in het vervoer van goederen uit de zeehavens in Nederland (Rotterdam, Moerdijk) en België (Antwerpen, Gent) afgewikkeld naar het Europese achterland. Vanuit die havens worden dagelijkse vele tonnen aan goederen over het Brabantse spoor vervoerd. Dat is dan ook aangesloten op 3 belangrijke corridors van het TEN-T, het Trans-Europees Netwerk voor Transport:

  • de corridor Rijn-Alpen - vanuit Rotterdam via de Betuweroute naar Duitsland en uiteindelijk Genua, Italië)
  • de corridor Noordzee - Middellandse Zee (vanuit Rotterdam via Roosendaal en België)
  • de Noordzee - Oostzee (Antwerpen/Rotterdam via Brabantroute richting Noord-Duitsland)

 Bekijk groter plaatje

De cijfers

Naast alle kilometers rails telt Brabant 6 terminals die per spoor bereikbaar zijn. Zij slaan jaarlijks 80.000 containers over van weg naar spoor of andersom. Dat is 38,3 miljoen ton aan goederen, waarvan ongeveer de helft in Nederland blijft. De andere helft wordt doorgevoerd over de Europese spoornetwerken. Om al die goederen te vervoeren zijn 18.250 treinen per jaar nodig. Dat zijn er gemiddeld 50 per dag. Daarmee heeft het goederenvervoer per spoor een aandeel van 12% van al het transport in onze provincie.

Afbeelding: 356 km spoorwegen in Brabant

Kaartje met aantallen goederentreinen in 2015

2. Ambities

Om Brabant aantrekkelijk te houden als vestigingsregio voor grote innovatieve bedrijven moet er nog flink geïnvesteerd worden in het verbeteren van de logistieke infrastructuur. Goederenvervoer moet in toenemende mate over het spoor en het water vervoerd worden. Voor de toekomst is er nog veel te doen. Met name bij Moerdijk moet de bestaande, enkelsporige niet-geëlektrificeerde spoorlijn aangepast worden, zodat er meer vrachtwagens van de weg kunnen. Daarnaast moeten bedrijven meer hun vervoersstromen op elkaar afstemmen en bundelen om op een duurzame en veilige manier iedereen van zijn of haar goederen te voorzien.

Video: Toelichting ambities door Christophe van der Maat

 

3. Wisselwerking

Wij zijn zelf geen spoorbeheerder. Dat is een rijksverantwoordelijkheid. Maar wij zien het wel als onze taak en verantwoordelijkheid om het goederenvervoer per spoor nauwkeurig in de gaten te houden, knelpunten te signaleren, ideeën en oplossingen aan te dragen en partijen bij elkaar te brengen. Belangrijke economische spoorvervoeraders (Rotterdam-Duitsland en Rotterdam-Antwerpen) lopen namelijk door een aantal Brabantse binnensteden. Onze provincie heeft daar economisch profijt van. Maar er is ook een keerzijde. De vervoersaders zijn zeer zichtbaar en daarmee ook van invloed op de binnenstedelijke situatie en ontwikkelingen. Het doorsnijden van het stedelijk gebied brengt niet alleen overlast met zich mee, maar ook risico’s. Vervoer per spoor is relatief veilig, maar het zien van goederentreinen vergroot de risico- en hinderbeleving bij de bevolking. Allemaal aspecten waar de provincie een positieve bijdrage aan wil leveren.  

4. Uitdagingen

Volgens de Havenvisie 2030 van het Rotterdamse Havenbedrijf neemt het goederenvervoer per spoor vanuit Rotterdam de komende jaren fors toe. Het gaat zelfs minimaal verdubbelen. De reden hiervoor is dat zeeschepen steeds meer containers kunnen vervoeren. En al die extra containers moeten straks vanuit Rotterdam over onder andere de Brabantse spoorlijnen naar het Europese achterland vervoerd worden. Ook de Brabantse containerterminals krijgen meer vracht te verstouwen. Moerdijk staat vooraan in de keten, maar ook de andere vijf terminals moeten een deel van de toename opvangen. Dat vergt intensieve samenwerking met elkaar en een goede afstemming van het vervoer.

Aangezien het goederenvervoer de komende jaren sterk zal toenemen, worden de risico’s niet minder. Daar komt bij dat ook het personenvervoer per spoor nog fors zal groeien. Dus neemt de overlast voor de omgeving toe. In de vorm van geluid, trillingen en beperkte bereikbaarheid doordat overwegen lang dicht zijn. Het vervoer van gevaarlijke stoffen brengt veiligheidsrisico’s met zich mee. Daarom zijn in de Wet basisnet risicoplafonds opgenomen (zie hoofdstuk 8). Op ons initiatief hebben de regionale overheden langs de Brabantroute samen met ons nadrukkelijk bij het ministerie van I&M en ProRail aangedrongen op het nemen van maatregelen om het spoor veiliger en leefbaarder te maken (zie resultaten bij hoofdstuk 7).

Gevaarlijke stoffen

Het doorgaande goederenvervoer wordt in principe via de Betuweroute geleid. Maar het derde spoor op het Duitse deel van de Betuweroute is nog volop in aanleg. In een aantal periodes kan dan geen, of maar beperkt gebruik worden gemaakt van de Betuweroute. Het vervoer van gevaarlijke stoffen krijgt dan in ieder geval wel prioriteit. Daarom zal voorlopig nog een deel van het doorgaand verkeer toch door Brabant moeten rijden. De verwachting is dat dit tot minimaal 2023 het geval is. Bij het pakket aan maatregelen dat eind 2016 met staatssecretaris Dijksma (Infrastructuur en Milieu) is opgesteld, is nadrukkelijk afgesproken dat de risico-plafonds die in de Wet basisnet zijn opgenomen, worden gehandhaafd (zie verder hoofdstuk 8).

Capaciteit

Die uitdaging wordt nog groter door de verwachte toename van het personenvervoer per spoor. Beide vervoersstromen doen een flink beroep op de capaciteit van het spoor. Ook vragen de veiligheid en de onvermijdelijk toenemende overlast voor de omgeving de nodige aandacht. Extra treinen zorgen voor een toename van de geluids- en trillinghinder. Spoorwegovergangen zullen vaker gesloten zijn. Dat is op zijn beurt weer hinderlijk voor de doorstroming van het wegverkeer. En ten slotte neemt de kans op aanrijdingen op de spoorlijnen toe. Dat moet met geavanceerde beveiligingssystemen, zoals de verbeterde versie Automatische Trein Beïnvloeding (ATB-vv), in goede banen geleid worden. Dit automatische remsysteem wordt in 2017 in heel Brabant geïnstalleerd bij alle seinen op de doorgaande sporen (de categorieën I en II). Het zet iedere trein die door een rood sein rijdt stil.

5. Oplossingen

Om de Brabantse spoorlijnen en woonkernen niet onnodig veel te belasten, streven wij op de langere termijn naar de vorming van een goederenruit in Zuid-Nederland. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt echter bij het Rijk. Het doorgaande goederenvervoer over spoor gaat dan vanuit de Rotterdamse haven en Zeeland zoveel mogelijk buiten Brabant om in de richting van Duitsland en België. In het pleidooi voor de goederenruit staan wij niet alleen. Hierin worden we gesteund door onder andere de regio West-Brabant, de Brabantstadpartners en de provincies Zeeland en Zuid-Holland.

Ontlasten Brabantroute

Wij willen de Brabantroute (blauwe lijn) ontlasten, omdat deze door een aantal grote steden loopt (Breda, Tilburg, Eindhoven). Bij voorkeur wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de Betuweroute (rode lijn). De Betuweroute is een aanvulling op het bestaande spoor en is uitsluitend voor goederentreinen. Voor een aantal bestemmingen wordt de Betuweroute dan ook gestimuleerd. Bijvoorbeeld voor treinen die tussen de Rotterdamse haven en Noord- en Oost-Europa rijden.

Afbeelding: Brabantroute (blauw) en Betuweroute (rood)

kaart met betuweroute

Goederenruit

De goederenruit bestaat uit de Betuweroute, een spoorverbinding Rotterdam-België, de IJzeren Rijn en een zuidtak van de Betuweroute. Deze ruit ontlast niet alleen de woongebieden, maar biedt ook mogelijkheden voor het optimaliseren van overslagpunten, zoals de terminal in Moerdijk. Wanneer het doorgaande vervoer van de ruit gebruik maakt, ontstaat er binnen de ruit meer vervoersruimte voor bestemmingsvervoer: personen- en goederenvervoer naar Zuid-Nederland (onder andere Tilburg, Eindhoven en Oss).

Afbeelding: Goederenruit

goederenruit

6. Personenvervoer

Ook voor het spoor tussen Utrecht en Eindhoven zijn de komende jaren aanpassingen gepland. Dat is nodig om het groeiende aantal treinreizigers te kunnen blijven bedienen. Een goede en betrouwbare aansluiting op de Randstad en de internationale spoorlijnen en luchthavens is van belang voor bijvoorbeeld innovatieve toptechnologieregio Brainport bij Eindhoven. Met meer intercity’s tussen Eindhoven en de Randstad en naar Düsseldorf en Antwerpen/Brussel voorzien we in die toenemende vraag.

Daarnaast is ook extra ruimte nodig voor het groeiende goederenvervoer dat in de toekomst via de Betuweroute na Meteren ook over deze route gaat rijden. Om het personen- en goederenvervoer op de A2-corridor tussen Meteren en Boxtel af te kunnen wikkelen, zijn de nodige spooraanpassingen nodig. Het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) van het ministerie van I&M is onder andere daarop gericht.

Beperken van hinder

Een onderdeel van het PHS-programma is de aanleg van de Zuidwestboog bij Meteren. Dankzij deze boog kunnen straks goederentreinen tussen Rotterdam en Zuid-Nederland via de Betuweroute en de A2-corridor rijden, in plaats van via de huidige Brabantroute door onder andere Breda en Tilburg. Op die laatste route komt dan ruimte vrij om meer personentreinen te laten rijden. Naast de boog bij Meteren worden in het PHS-Programma ook de volgende maatregelen uitgewerkt:

  • Een vierde spoorlijn tussen ’s-Hertogenbosch en Vught. En een vrije kruising bij Vught waardoor treinen op de trajecten ’s-Hertogenbosch-Tilburg en ’s-Hertogenbosch-Eindhoven elkaar veilig kruisen.
  • Een verdiepte ligging voor een deel van het spoor in Vught.
  • De overweg bij de Wolfskamerweg in Vught onder het spoor door.
  • Verschillende maatregelen tegen geluid- en trillingshinder.

Met deze maatregelen kunnen de nadelige gevolgen voor de leefbaarheid, veiligheid en oversteekbaarheid in met name de gemeenten Vught, Haaren en Boxtel worden verminderd.

Besluit in 2017

Bovenop het wettelijk vereiste minimum leveren het ministerie van I&M, de provincie en de gemeenten allen een extra financiële bijdrage om met de bovengenoemde maatregelen de situatie in de gemeenten te verbeteren. Naar verwachting neemt de staatssecretaris in de zomer van 2017 een definitief besluit over bovenstaande plannen.

7. Robuuste Brabantroute

Door de werkzaamheden aan het Duitse deel van de Betuweroute rijden er de komende jaren in een aantal specifieke periodes nog extra goederentreinen over de Brabantroute. Daarom is er samen met het ministerie van I&M en ProRail een verbeterpakket afgesproken dat de overlast voor de omwonenden op korte termijn merkbaar moet verminderen en de veiligheid van de Brabantse steden en dorpen verbeteren. Als alle maatregelen genomen zijn, kunnen we spreken van een ‘Robuuste Brabantroute’.

Afbeelding: Maatregelen Robuuste Brabantroute

Kaart Robuuste BrabantrouteBekijk de maatregelen op de kaart

De maatregelen op de hele Brabantroute bestaan onder andere uit:

  • De versnelde aanleg van veiligheidssysteem ATB-vv, dat voorkomt dat treinen door een rood sein rijden. In 2017 zijn alle categorie I en II seinen op 93 locaties van de Brabantroute voorzien van dit systeem.
  • Het aanbrengen van raildempers die zorgen voor een duidelijk afname van het geluid tot 3 dB(A). Deze zijn uiterlijk in 2019 aangebracht.
  • Een pilot in Tilburg en op de Moerdijkbrug met langzamer rijden om de overlast van trillingen te beperken.
  • Lokale aanpassingen bij de knelpunten in onder andere Gilze- en Rijen, Deurne en Eindhoven die de leefbaarheid ter plekke ten goede komen. De provincie draagt hier financieel aan bij.

Wethouder Willem Starreveld, wethouder Verkeer en Vervoer in de gemeente Gilze en Rijen, licht het belang van de integrale aanpak van de overlast en het verbeteren van de veiligheid in zijn regio toe:

Video: wethouder Willem Starreveld

De provincie voert in 2017 een planstudie uit naar de N631, waarbij ook een tunnel onder de spoorlijn onderzocht wordt.

8. Gevaarlijke stoffen

Risico’s en veiligheid

Als provincie spreken wij vervoerders aan op een veilige uitvoering van het goederenvervoer. Wij houden een vinger aan de pols bij de maatregelen die ze reeds hebben genomen en wat nog binnen hun bereik ligt om de veiligheid te vergroten. Gemeenten moeten met bouw- en woningprojecten voldoende afstand houden van het spoor om het aantal mensen in risicozones te beperken. Wij zien toe op de verantwoording die de gemeente hierover aflegt. Het Rijk bewaakt de risicoplafonds voor het goederenvervoer die in de Wet basisnet Spoor zijn opgenomen. Wij hebben een verbindende en faciliterende rol richting gemeenten.

In het verleden kende het goederenvervoer per spoor geen limiet voor gevaarlijke stoffen. Daar is verandering in gekomen. Na vele jaren overleg en voorbereiding is in april 2015 de Wet basisnet Spoor van kracht. Bekijk de video Basisnet Spoor

Basisnet Spoor

Basisnet richt zich op een zorgvuldige balans tussen ruimte, vervoer en veiligheid, zonder dat het economisch belang gehinderd wordt. Het geeft de risicoplafonds voor de trajecten aan waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Daarvoor is een aantal concrete maatregelen vastgelegd:

  • Slim samenstellen van goederentreinen: wagons met brandbare gassen moeten gescheiden zijn van wagons met brandbare vloeistoffen.
  • Bij knelpunten de snelheid verlagen tot 40 km/uur: zelfs als hierdoor - ook voor het personenvervoer - de capaciteit op het spoor afneemt en langere wachttijden ontstaan bij overwegen.
  • Invoeren van de verbeterde versie Automatische Trein Beïnvloeding (ATB-vv) op alle routes met gevaarlijke stoffen: alle treinen die door rood rijden worden hiermee tot stilstand gebracht. Ook bij een lagere snelheid dan 40km/u.
  • Maximaal gebruik van de Betuweroute in plaats van vervoer door stedelijke gebieden zoals de Randstad. De Betuweroute is optimaal geschikt voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Zo worden andere routes ontlast. Tijdens de buitendienststellingen van de Betuweroute, in verband met de werkzaamheden in Duitsland, houdt het vervoer van gevaarlijke stoffen prioriteit om via de Betuweroute afgewikkeld te kunnen worden. 
  • Provincies, gemeentes en projectontwikkelaars rekening laten houden met hun bouwplannen. Langs routes met relatief hoge risico’s mag niet te dicht bij het spoor worden gebouwd en gelden extra bouwvoorschriften.

Welke stoffen

LPG is de stof die de grootste risico's met zich meebrengt. Dit tot vloeistof gedichte brandbare gas kan, vooral door de hoeveelheid, bij ontbranding een grote explosie geven met ernstige gevolgen voor de nabije omgeving. Overige stoffen die een risico met zich meebrengen, zijn brandstoffen in het algemeen en giftige gassen, zoals ammoniak.

De praktijk

Ondanks alle zorgvuldig gemaakte plannen en de te nemen maatregelen blijkt de werkelijkheid weerbarstig te zijn. Nog steeds verloopt lang niet alle goederenvervoer via de Betuweroute. Bovendien wordt in Duitsland het spoor tussen Emmerich en Oberhausen tot 2023 met ruim 70 kilometer nieuw spoor uitgebreid. Vanwege de werkzaamheden in Duitsland kan er tot die tijd niet altijd voor 100% van de capaciteit van de Betuweroute gebruik worden gemaakt.

Overschrijding

Gevolg is dat in juni 2016 - een jaar na de invoering van Basisnet - duidelijk werd dat er vooral op de Brabantroute (ruime) overschrijdingen zijn van de zogenaamde risicoplafonds. Ook blijkt 40% van de inhoud van wagons op spooremplacementen en 5% van de rijdende wagons onjuist geregistreerd te zijn. Kortom: er rijden meer treinen met teveel gevaarlijke stoffen door Noord-Brabant dan afgesproken.

Noodzakelijke maatregelen

Na actieve lobby door de provincie Noord-Brabant en de Brabantse spoorgemeenten heeft de staatssecretaris in oktober 2016 bepaald dat er in 2017 1.800 treinwagons minder met gevaarlijke stoffen over de Brabantroute zullen rijden. Daarnaast komt 80 miljoen euro beschikbaar om het goederenvervoer op een Robuuste Brabantroute veiliger, stiller en leefbaarder voor de omgeving te maken. Daartoe worden gereserveerde budgetten van de bestaande Rijksprogramma’s voor het spoor samengebracht en versneld ingezet voor de Brabantroute. Dit geldt onder andere voor de knelpunten in Gilze-Rijen, Eindhoven en Venlo. Daarnaast investeren wij samen met gemeenten in het oplossen van enkele knelpunten, zoals de overweg bij Deurne.

9. Oplossing in West-Brabant

In de volgende video Nico van Mourik aan het woord. Hij was tot eind 2016 algemeen directeur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Zijn regio vormt een logistieke as tussen Rotterdam en Antwerpen met alle soorten van vervoer. De enorme hoeveelheid goederen en die dagelijks door de regio gaan, vragen veel van de infrastructuur. Wat Van Mourik betreft staat risicobeheersing voorop. “Niet alleen vervoerders en hulpverleners moeten weten wat te doen bij calamiteiten. We moeten vooral ook onze bewoners langs het spoor niet vergeten. Zij moeten ook veilig kunnen handelen.”

Video: Nico van Mourik, algemeen directeur Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

 

10. Succesverhaal gecombineerd transport

Een mooi voorbeeld van de mogelijkheden die goederenvervoer per spoor biedt, is de community NewWays. De eerste aanzet hiertoe kwam van elektronicaproducent Samsung en chemiebedrijf SABIC. Beide bedrijven constateerden dat ze dezelfde transportroutes naar Oost-Europa over de weg aflegden. Omdat zij van mening waren dat spoorwegvervoer voor hen een goed en duurzaam alternatief kon bieden, startten de bedrijven in 2015 een pilot voor gecombineerd transport per spoor. Zij kregen het gelijk aan hun zijde. De nieuwe transportmodaliteit levert de bedrijven niet alleen besparing in de vervoerskosten op, maar ook een flinke reductie van de Co2-uitstoot.

Video: NewWays

 

Ruim anderhalf jaar later zijn bij NewWays inmiddels zo’n dertig verladers aangesloten die diverse nieuwe initiatieven ontwikkelen. Dat doen ze met hulp van onafhankelijke partijen, zoals hogeschool NHTV, de ontwikkelingsmaatschappij BOM, Midpoint Brabant en REWIN. Zij onderzoeken wat bijvoorbeeld de mogelijkheden zijn van nieuwe spoordiensten naar Turkije en Spanje en zelfs China!